HET MYSTERIE VAN KAMER 2805
Tekst: Cedric Lagast / Foto’s: VG, Politie Oslo

Help de politie en het Nieuwsblad,
het mysterie oplossen

Contacteer ons via zaakjennifer@nieuwsblad.be

Computertekening van het slachtoffer


Op 3 juni 1995 wordt een jonge vrouw dood gevonden in een hotel in Oslo, in zeer verdachte omstandigheden. Vandaag is het onderzoek heropend, en de sporen wijzen naar ons land.


Waarom gaf het slachtoffer een valse Belgische identiteit op? Waarom belde ze vanuit het hotel twee keer naar ons land? Waarom hield ze het pistool vast, maar zijn er geen vingerafdrukken?
En waarom was haar toiletgerief verdwenen, maar stond er wel een flesje mannenparfum?


DE BIZARRE CRIME SCENE
Het slachtoffer draagt zwarte pumps. De kleurrijke schoenen waarmee ze eerder gezien werd, zijn nergens te vinden.

Voorzichtig klopt Espen Naess op de witte deur van hotelkamer 2805. Deze Belgische gaste kan wel eens een moeilijke klant worden, beseft hij. De 25-jarige Espen is student, maar één weekend op de drie klust de Noor bij als veiligheidsagent in het prestigieuze Oslo Plaza Hotel. De mysterieuze vrouw die zich nu al dagenlang opsluit in haar prijzige hotelkamer, heeft het voorschot op haar hotelrekening nog steeds niet betaald. Al drie keer heeft de receptie haar een bericht gestuurd met een uitnodiging om dat te komen bespreken, maar de vrouw is daar niet op ingegaan. Het bordje met Niet storen blijft uitdagend aan de klink.

Daarom heeft de hotelreceptioniste Naess naar de hotelkamer op de 28ste verdieping gestuurd. Meteen nadat hij met zijn vuist op de deur heeft geklopt, klinkt een luide knal uit de kamer. Een explosie. “Een geweerschot”, flitst het door zijn hoofd, en in een reflex verschuilt hij zich in de gang. “Er kunnen twee mensen in die kamer zitten”, beseft hij. En: “Eén van hen heeft een wapen.” Hierop is de jonge student niet voorbereid. Hij wikt en weegt, maar hij heeft geen flauw idee wat hij moet doen. Hij neemt de lift naar beneden, en vertelt aan het hoofd van de veiligheidsdienst wat er gebeurd is. Pas na een kwartier kan Naess zijn chef ervan overtuigen dat er werkelijk iets aan de hand is. Wat er in tussentijd in de hotelkamer gebeurt, ziet niemand.

‘Jennifer’ houdt het wapen omgekeerd vast. Op het pistool zitten geen vingerafdrukken, op haar hand geen kruitsporen.

Zijn chef moet uiteindelijk een speciale veiligheidssleutel bovenhalen. De deur van kamer 2805 is van binnen op slot gedraaid. Als de man de deur openduwt, ruikt hij meteen een scherpe, bijtende geur. Kruitdampen. De man slikt. Het is donker in de kamer, maar als zijn ogen aan de duisternis wennen, herkent hij de indeling van de kamer. In de hoek achteraan speelt de televisie. Daarnaast, tegen het raam aangeschoven, staan twee witte zeteltjes. Tussen de zeteltjes in staat een tafeltje, waarop een bijna onaangeroerd bord eten staat. Aan de rechterkant van de kamer staat een klein bureau, waarop een geopende zak chips en drie lege flesjes frisdrank uit de minibar slingeren. Tegen de muur leunt een strijkplank. Daartegenover, aan de linkerkant, staat het grote dubbele bed.

Hij merkt dat er een vrouw op ligt. “Hallo”, probeert hij, maar de vrouw beweegt niet. Ze is helemaal in het zwart gekleed: ze draagt een zwarte jurk, en aan haar voeten die van het bed af bengelen, zitten zwarte pumps. Pas dan beseft de veiligheidsagent dat ze in een onnatuurlijke houding op het bed ligt. Alsof ze al half van het bed is afgegleden, maar zich nog wat inhoudt. In haar rechterhand is een pistool geklemd, ziet hij. Maar ze heeft het wapen op een vreemde manier vast. Haar vingers zitten om de achterkant van de kolf geklemd, en haar duim zit om de trekker. Ze heeft het wapen achterstevoren vast, op zichzelf gericht. Dan ziet hij het bloed. De veiligheidsagent trekt de deur weer dicht. Dit is werk voor de politie.

Te snel

DE KLEDING ZONDER LABELS
Alle merklabels zijn verwijderd uit Jennifers kledij. Een trolley met een hele hoop andere kleren is plots spoorloos.

De trekker van het wapen, een Browning 9 mm, is nog opgespannen als de rechercheurs het wapen later die avond uit haar hand loswrikken. Met een klik springt de trekker terug. Naast het bed vinden de rechercheurs een brieventas waarin nog eens 25 kogels zitten. Niets anders. Rechercheur Tom Storm Olsen bladert in zijn notitieboekje. De deur die langs binnen is afgesloten, een vrouw die al dagenlang haar hotelkamer niet uitkomt, het vuurwapen dat nog in haar hand zit… De vrouw vertoont geen andere verwondingen, en in de kamer is niet gevochten. Voor Olsen is het duidelijk: het gaat hier om een zelfmoord.

Het is een beslissing die zware gevolgen zal hebben. Doordat kwaad opzet zo snel wordt uitgesloten, bekijken de rechercheurs de camerabeelden van het hotel niet. De lakens en kussens van het hotel worden niet in beslag genomen, en er worden amper getuigen ondervraagd in het hotel. Al na enkele uren wordt de kamer vrijgegeven.

Jennifer draagt een duur duikershorloge. Op de batterijen is met de hand een inscriptie aangebracht. De speurders kunnen de herkomst niet achterhalen.
Als politiebaas Gunnar Larssen weken later vaststelt dat zijn speurders nog steeds geen naam op de vrouw kunnen kleven, en dat ze zelfs niet kunnen zeggen wat er zich in de kamer heeft afgespeeld, grijpt hij in. De zaak is te snel geklasseerd als een zelfmoord. Hij zet vijf ervaren moordrechercheurs op het dossier. Wie was de gaste in kamer 2805? Al snel blijkt dat ze uiterst veel moeite heeft gedaan om haar identiteit geheim te houden. Aan het hotel heeft ze verteld dat ze uit Verlaine in België komt, dat ze 21 jaar is, en Jennifer Fergate heet. België laat al op de avond van de moord aan de Noren weten dat in ons land niemand met die naam rondloopt. Het is een alias.

Alle identiteitspapieren van de vrouw zijn uit de kamer verdwenen. Ze heeft geen geld op zak, en zelfs alle labels zijn uit haar kleren geknipt.

De vrouw die dood op het bed ligt, is een elegant geklede, stijlvolle dame. De enige foto’s die van haar bestaan, zijn na haar dood gemaakt. Ze heeft blauwe ogen, een modieus kortgeknipt kapsel, en een opvallende kin. Ze draagt een duikershorloge om de pols, een gouden ring aan de middelvinger van haar rechterhand, en een gouden ringetje in haar linkeroor. Volgens de wetsdokter is ze geen 21, maar 30 jaar oud. Hoe kan het toch, dat niemand in het hotel weet wie ze is?

Staking

Naast het bed staat een aktetas met 25 losse kogels.

Het is razend druk in de hotellobby als Jennifer Fergate op woensdagavond voor het eerst het hotel binnenloopt. Het is al 22.40 uur, en receptioniste Evy Tudem Gjersten heeft weinig oog voor haar. Woensdagavond is sowieso een van de drukste momenten. Drie vluchten van KLM, British Airways en SAS landen dan bijna simultaan in Oslo, en veel passagiers stromen dan naar Oslo Plaza. Die avond is er ook nog eens een staking op de luchthaven, waardoor alles in het honderd loopt. Er telt maar één ding: alle gasten zo snel mogelijk in hun hotelkamer krijgen. De vrouw wil inchecken. Ze heeft tien dagen eerder telefonisch voor twee nachten een kamer gereserveerd voor zichzelf en voor een man. Een business kamer, goed voor 1.845 kronen per nacht. Omgerekend naar vandaag: zo’n 300 euro. Uit haar ooghoeken ziet de receptioniste dat er een man naast de jonge vrouw staat. Een man met donker haar, en zo’n 35 tot 40 jaar oud. Haar buikgevoel zegt dat de twee bij elkaar horen. De receptioniste stelt zich geen vragen en ze handelt alles snel af.

Niemand neemt de tijd om haar paspoort te vragen.

Drie Verlaines

DE BELGISCHE LINK
Jennifer Fergate belt twee keer een Belgisch nummer. Eén keer vervangt ze de acht door een nul, alsof ze één cijfer niet goed kon lezen.

Er is ook vandaag niemand in ons land die Fergate heet – of Fairgate, zoals de receptioniste noteerde. Het telefoonnummer dat ze opgaf, bestaat niet, net zomin als het bedrijf waar ze zogezegd voor werkte. De enige andere aanwijzing die de vrouw achterliet, is een woonplaats. Er zijn voor alle duidelijkheid drie plekken in ons land die Verlaine heten. Verlaine bij Neufchâteau is een gehucht, en eigenlijk niet meer dan enkele huizen langs een uitrit van de E411. Verlaine-sur-Ourthe, nabij Durbuy, is dan weer een dorp waarbij de 300 inwoners letterlijk in een cirkel wonen. In beide gevallen is de postcode niet 7968, zoals de vrouw op haar hotelfiche invulde. Die postcode bestaat niet. Ook in Verlaine nabij Seraing is de postcode anders. Maar in die gemeente is wel een straatnaam die lijkt op wat de vrouw als adres neerkrabbelde, en waar ze beweerde op nummer 148 te wonen. “Dat korte zwarte haar… En dan die kin. Nee, sorry. Deze vrouw hebben we in onze straat nog niet gezien. Ook 22 jaar geleden niet.” Niemand in de Rue de la Station geeft een blijk van herkenning als we met een foto en een tekening van de vrouw van deur tot deur gaan.

Huisnummer 148 is er niet in de Rue de la Station. De straat stopt na nummer 98. De twee kappers in Verlaine herkennen de vrouw niet, en ze herinneren zich niet dat zij haar het opvallende korte kapsel gaven. “Wat is er aan de hand?” Plots stopt een Audi A6 in het midden van de straat. Een stevige man stapt uit. Hij staart naar de foto. Ook hij herkent haar niet, maar hij wil wel helpen.

“Ik acht het onwaarschijnlijk dat die vrouw hier gewoond zou hebben”, zegt Hubert Jonet, die de burgemeester van Verlaine blijkt te zijn. “In 1995 was ik al politiek actief. Ik maak me sterk dat ik toen alle twintigers hier kende. Ik zou op zijn minst een pint met haar gedronken moeten hebben. Kom, stap in!” In zijn wagen scheuren we naar het gemeentehuis, naar de Dienst Bevolking. Maar ook daar kan de ambtenaar ons na lang zoeken in de computer, niet verder helpen. “Er heeft nooit iemand met die naam in Verlaine gewoond. Een huisnummer 146 is er nooit geweest. En op de dag die ze opgaf als haar geboortedatum, waren er in Verlaine geen geboortes.”

Tweelingzus

Onze reporter op zoek naar sporen in Verlaine. Eén vrouw lijkt als twee druppels water op het slachtoffer. “Ik heb een tweelingzus, maar ook zij is nooit in Noorwegen geweest.”

En dan toch. “Ze lijkt op de vrouw van de broer van François”, vindt de winkeljuffrouw bij slager Evrard. Nog twee andere mensen in de straat wijzen naar François Wera, die vroeger een winkel in ijzerwaren had. “Ze lijkt sprekend op zijn schoonzus Florence.” Na nog twee keer vragen belanden we enkele straten verder bij het huis van Florence Delcourt. Als de voordeur opengaat, staan we plots oog in oog met de mysterieuze vrouw van de pentekening. Of toch met iemand die als twee druppels op haar gelijkt: hetzelfde korte zwarte kapsel, heldere ogen, en een scherpe kin. “Ik ben nog nooit in Noorwegen geweest”, zegt Delcourt. Laat staan dat ze er gestorven is. Ze heeft een tweelingzus, zegt ze plots. “Maar ook zij leeft nog. Niemand van mijn familie is vermist. Ik weet niet wie dit kan zijn.”

“En toch moet die vrouw een band hebben met België”, zegt journalist Lars Christian Wegner van de Noorse krant VG. Al meer dan 20 jaar volgt hij dit verhaal op, en probeert hij te begrijpen wat er in de hotelkamer is gebeurd. Hij ontdekte het verhaal toen de vrouw op 21 juni 1996, een jaar na haar dood, door de Noorse politie werd begraven. “Het was de triestigste en eenzaamste begrafenis ooit”, zegt Wegner. “Er was niemand van haar familie. Geen vrienden. Geen priester. Alleen een eenzame kist die werd weggedragen.” Sindsdien heeft hij zich vastgebeten in de zaak. “Die vrouw heeft duidelijk een valse naam opgegeven. Maar ze heeft niet zomaar wat verzonnen. Verlaine, dat bestaat echt.”

“Bovendien heeft ze vanuit haar hotelkamer twee keer een Belgisch telefoonnummer proberen te bellen. De nummers verschilden slechts op één cijfertje van elkaar. Alsof ze niet zeker was van het nummer, of één cijfer niet kon lezen.”

De nummers waren niet aangesloten. Ze draaide telkens het zonenummer 04, gevolgd door het netnummer 135. Volgens Proximus verwees die combinatie in 1995 naar Jemeppe: een gemeente op 17 kilometer van Verlaine.

Stewardess

DE BIZARRE CRIME SCENE
Op het bureau in de kamer staan een paar lege frisdrankflesjes en een geopende zak chips. De maaltijd die ze bestelt, raakt ze nauwelijks aan.

“Deze vrouw houdt haar hotelkamer ordelijk en netjes”, vindt schoonmaakster Vigdis Valo, als ze op donderdag kamer 2805 poetst. De hotelgaste zelf is nergens te bespeuren. “Ze was er niet. Daar ben ik zeker van”, zal de poetsvrouw later aan de politie vertellen. Pas dan begrijpen de speurders dat de vrouw zich niet drie dagen lang heeft opgesloten. Uit de computergegevens van het hotel blijkt dat ze pas op vrijdagochtend opnieuw haar kamer binnenwandelde. Een hele middag én nacht is de vrouw dus niet op haar hotelkamer. Waar was ze dan wel? Heeft ze de stad verkend? En waar heeft ze dan de nacht doorgebracht?

Diezelfde vrijdagochtend daagt Jennifer Fergate opnieuw op aan de receptie. Ze wil graag haar verblijf tot zondagmorgen verlengen. Opnieuw vraagt niemand om een identiteitsbewijs of kredietkaart.

Werkelijk overal in de kamer is bloed te zien. Enkel niet op de handen van het slachtoffer.

Ze ziet eruit als een stewardess, vindt Kirstin Andersen, als ze op vrijdagavond aan hotelkamer 2805 aanklopt. De Belgische vrouw had roomservice gebeld, en Andersen brengt haar een bord met Noorse braadworst, sla en aardappelsalade. De stewardessen die in Oslo Plaza passeerden, hadden altijd formele, donkere kleren aan. Ze droegen hun haar opgestoken. Ze hadden alleen maar een kleine trolley bij en hun kleren lagen niet over de hele hotelkamer verspreid, zoals bij andere gasten.

Ook de vrouw in kamer 2805 heeft een soort mantelpakje aan, met een rok tot op haar knieën. Ze moet van British Airways zijn, denkt Andersen.

De Noorse speurders fronsen de wenkbrauwen, als Andersen dat later aan hen vertelt. “Een trolley?” “Jawel”, knikt Andersen. Die had ze in de kamer zien staan.

“En een mantelpakje?”

Ook schoonmaakster Vigdis Valo verrast de rechercheurs. “Ik weet nog dat er een paar erg mooie schoenen stonden.” Niet de zwarte pumps, die ze bij haar dood aanhad. “Een elegant gekleurd paar.”

Iemand heeft een bad of douche genomen, maar nergens vinden de speurders toiletgerief of make-up. Zelfs geen tandenborstel.

Noch de schoenen, noch de trolley of het mantelpakje hebben de speurders in de hotelkamer gevonden. De dode vrouw was zorgvuldig opgemaakt, maar toch stond er niet eens een toiletzak in de badkamer. Er was geen make-up, zelfs geen lipstick of een tandenborstel. Alleen één flesje mannenparfum.

Ze had geen bril bij. Geen boek. Geen auto- of huissleutels. Nergens vonden de speurders persoonlijke spullen die iets over de vrouw konden vertellen.

Waar is die bagage heen? Heeft ze zelf haar koffers voor haar dood doen verdwijnen? Of is iemand anders er met haar bezittingen vandoor gegaan?

Niet te traceren

Het serienummer van de Browning 9 mm is met zuur weggewerkt

En dan is er nog dat pistool – een Browning 9 mm – dat de speurders al 22 jaar zorgen baart. Als ze met het vliegtuig naar Noorwegen kwam, kon ze het niet meegebracht hebben. Kocht ze het in Oslo? De politie weet alleen dat het in een fabriek in Herstal, in België gefabriceerd is, in 1990 of 1991. Meer valt er niet te achterhalen, want het serienummer is zorgvuldig met een zuur weggewerkt.

“Dat een serienummer weggewerkt wordt, is vrij courant in het criminele milieu”, zegt Nils Duquet, een onderzoeker aan het Vlaams Vredesinstituut die zich heeft gespecialiseerd in vuurwapens. “Aan de hand van zo’n uniek serienummer kan elk wapen getraceerd worden. Het vertelt wie het wapen maakte, aan wie het werd verkocht, en ook later aan wie het werd doorverkocht. Als dat nummer wordt weggehaald, is dat omdat het illegaal is geworden. De eigenaar wil verhinderen dat de politie de historiek van het wapen achterhaalt, en zo leert wie hij is en hoe hij eraan is gekomen.”

Twee kogelgaten

Eén kogel belandt in haar hoofd, een ander in een kussen. Niemand heeft een tweede schot gehoord.

Twee kogelgaten telt Bjorn Davan, de forensische onderzoeker, in kamer 2805. Eén kogel belandde in een kussen, en liet een zwart verschroeid gat achter. Dat is het schot dat allicht als eerste is afgevuurd, noteert Davan. Een testschot. Niemand heeft die knal gehoord. Logisch, redeneert Davan, want het kussen heeft als geluidsdemper gediend.

De tweede kogel schoot door het hoofd, door de matras en eindigde op de vloer. Ook Davan houdt het op zelfmoord.

22 jaar later stelt journalist Wegner dat in vraag. “Waarom waren er geen bloedspatten op haar handen?” Op foto’s van de hotelkamer zie je overal bloedspatten. Op de matras, op het bedlinnen, op het kussen, op de telefoon op het nachtkastje, op het behangpapier en zelfs op het plafond. Overal, behalve op de handen van het slachtoffer.

Uit het onderzoek van de patholoog blijkt dat er geen kruitsporen op haar rechterhand zaten. En nog opmerkelijk: waarom werden er geen vingerafdrukken op het wapen gevonden?

Of het al dan niet een zelfmoord was, houdt de Noorse politie nu in het midden. Maar ze houdt ook rekening met andere pistes. De vrouw zou een professionele huurdoder kunnen zijn, die iemand in Noorwegen op de hielen zat. Ze zou een drugdeal begeleid kunnen hebben, die op een pijnlijke manier is foutgelopen. Of ze was een luxeprostituee, die in de chique Europese hotels werkte. En volgens één theorie was ze Vincenza Marchese, de vermiste echtgenote van de Italiaanse maffiabaas Leoluca Bagarella die in juni 1995 gearresteerd werd.

De Noorse politie zocht het uit, zonder succes: volgens de Italiaanse politie gelijkt de vrouw uit het Oslo Plaza niet op Marchese.

De populairste theorie tot nu toe luidt dat de vrouw een geheim agente zou geweest zijn uit een ander Europees land. Het hotel was in de jaren 90 het toneel van veel internationale gesprekken. De vredesakoorden van Oslo tussen Israël en de Palestijnen bijvoorbeeld, werden in 1993 ondertekend na maandenlange geheime gesprekken in dit hotel.

Te klein

Jennifer Fergate was 1,59 meter groot. Daardoor kan ze niet voor de Belgische politiediensten gewerkt hebben, want in 1995 moest je nog 1,68 meter meten om toegelaten te worden. Ook de Staatsveiligheid heeft fysieke vereisten voor agenten van haar buitendienst. Maar dat zou eerder om een oog- en conditietest gaan. Professor Herman Matthijs (VUB), expert inzake veiligheidsdiensten, acht het niet onmogelijk dat ze een spionne was. Hij kent het verhaal, en hij heeft zelfs ooit in het Oslo Plaza gelogeerd. “Maar of ze een agente van de Belgische Staatsveiligheid kan zijn? Veiligheidsdiensten opereren normaal gezien enkel in eigen land. Alleen mits afspraken, en geruggensteund door hun eigen regering, mogen veiligheidsdiensten in andere landen opereren. De grote spelers vegen daar uiteraard hun voeten aan.”

Dat ze een Bélgische spionne was, lijkt Matthijs onwaarschijnlijk. “Ons land heeft daar de middelen niet voor. Was ze een agente van de Belgische geheime diensten geweest, was dat al lang uitgekomen. Dat telefoongesprek naar België lijkt op een vals spoor dat ze wilde achterlaten. Als iemand echt anoniem wil blijven, ben je niet zo dom om zo’n duidelijk spoor na te laten. België heeft weinig belangen in Noorwegen. Noorwegen had wel een strategische positie binnen de Koude Oorlog. Als dit een agente was, dan moet je het volgens mij bij de grote spelers gaan zoeken: de VS, Rusland, Israël of China.”

“Laat mij met rust”

DE BELG AAN DE ANDERE KANT VAN DE GANG
In de nacht dat Jennifer wordt vermoord, slaapt er nog een Belg in het hotel, in de kamer tegenover haar. Als we ‘Mister F.’ opsporen in Brussel, wil hij niet met ons praten. Hij werd nooit door de politie ondervraagd.

‘Jennifer Fergate’ was trouwens niet de enige Belgische gast in het Oslo Plaza Hotel. In hotelkamer 2804 – uitgerekend de kamer recht tegenover die van Jennifer Fergate – verbleef dat weekend óók een Belg.

“Voor wat is het?” De man steekt zijn hoofd uit het raam als we op een ochtend bij hem in Brussel aanbellen.

De Franstalige man heeft in de Noorse pers de cryptische naam “mister F.” meegekregen. Hij is nooit ondervraagd door de politie. Nochtans is hij een interessante getuige: als iemand kan vertellen of ze een Belgische was, dan hij wel.

“Ach ja. Dat verhaal”, zucht de zeventiger geërgerd, als hij dan toch de voordeur opentrekt. “Het klopt dat ik in dat hotel was, maar ik heb die vrouw nooit ontmoet. Ik ken haar niet. De receptie heeft me verteld dat ze overleden was, toen ik op zaterdagochtend uit het hotel vertrok.”

Zaterdagochtend? Bent u zeker, want haar dood werd pas op zaterdagavond ontdekt? De man houdt vol. “Het was ’s ochtends.” Hij wil er niet over uitweiden. “Laat mij met rust.”

Eindelijk DNA-test

DE OPGRAVING
Vorige zomer: het lichaam van Jennifer wordt opgegraven. Een ultieme poging om het onderzoek te kunnen afronden.

Eind 2016 heeft de Noorse politie de kist met het lichaam van de onbekende vrouw laten opgegraven. Het moet het onderzoek van de laatste kans worden. In 1995 stond het DNA-onderzoek nog in zijn kinderschoenen. Maar nu hoopt het gerecht dat Noorse, Oostenrijkse en Australische wetenschappers uit haar erfelijk materiaal meer te weten kunnen komen. Eerste tests wezen uit dat ze uit Europa afkomstig is. De rechercheurs hopen dat dit onderzoek de komende maanden nog preciezer zal kunnen aanduiden waar in Europa ze is opgegroeid.

DE BEGRAFENIS
26 juni 1996. Dertien maanden na haar dood wordt Jennifer begraven “De eenzaamste uitvaart ooit”, zegt journalist Lars Christian Wegner, die erbij was.

De 5 theorieën

Hoe is de onbekende vrouw gestorven?

Na 22 jaar blijft dat een mysterie, maar de Noorse politie houdt rekening met vijf pistes en die hebben elk argumenten pro en contra.

1 DRUGSDEAL

Ze maakte deel uit van een grote drugsdeal die fout afliep.

De vrouw meldde zich onder een valse naam aan in het hotel, ze hield zich vier dagen lang afzijdig en ze liep rond met een wapen met een afgevijld serienummer. Dat wijst op dubieuze bedoelingen.

Ze is geen gekende misdadiger. Nergens zijn sporen van drugs gevonden.

2 HUURMOORDENARES

Ze was een professionele huurmoordenares die de opdracht had om in Noorwegen iemand om te brengen.

Niet alleen had ze een wapen bij, maar ook nog eens 37 kogels.

Volgens Interpol zijn haar signalement en haar vingerafdrukken bij geen enkele politiedienst bekend.

3 LUXEPROSTITUEE

Ze was een luxeprostituee die in chique hotels opereerde.

Bij de boeking zei ze dat er een man zou komen.

Ze bleef al die tijd alleen en draaide dus zelf op voor de rekening.

4 SPIONNE

Ze werkte voor een Europese veiligheidsdienst, en was als spionne in Noorwegen.

Een spion die in een ander land ontmaskerd wordt, zorgt voor een diplomatiek incident. Daarom zal hij of zij zijn of haar identiteit verborgen houden. Bijvoorbeeld door labels uit de kleren te knippen, en het serienummer van een wapen te verwijderen.

Geen enkel land heeft haar lichaam opgeëist.

5 ZELFMOORD

De jonge vrouw is naar Oslo gekomen om zichzelf van het leven te beroven.

De hotelkamer was van binnenuit gesloten. Er was geen spoor van een vechtpartij, en het vuurwapen zat nog in haar hand.

Er zaten geen bloedspatten of kruitsporen op haar hand. Een deel van haar bagage is verdwenen. Vlak voor haar dood vroeg ze om een strijkplank, om haar kleren te strijken. En wie trekt er nu helemaal naar Noorwegen om daar te sterven?

De laatste 4 dagen van ‘Jennifer Fergate’

Woensdag 31 mei 1995

22.40 uur Een vrouw die zichzelf Jennifer Fergate noemt, wandelt het Oslo Plaza Hotel binnen. Waar ze vandaan komt en wat ze komt doen in Noorwegen, is onduidelijk.
22.44 uur Ze stapt kamer 2805 binnen.
00.21 uur Ze gaat Noorse kronen wisselen aan de receptie en keert terug naar de kamer.

Donderdag 1 juni 1995

08.54 uur Wellicht neemt de vrouw een ontbijt. Om 08.54 uur wordt haar sleutelkaart gebruikt om haar hotelkamer weer te openen.
12.44 uur De schoonmaakploeg ruimt kamer 2805 op. De kamer is leeg. Ze is vertrokken.

Vrijdag 2 juni 1995

08.50 uur Vrijdagochtend vraagt Fergate om haar verblijf tot zondagochtend te verlengen. Om 8.50 uur stapt ze met haar nieuwe sleutelkaart haar kamer binnen. Dat betekent dat de vrouw minstens 20 uur lang niet op haar kamer is geweest.
11.03 uur Fergate is even weggeweest, want ze gebruikt haar sleutelkaart weer om de deur te openen. Ze verlaat haar kamer niet meer.
20.06 uur De gaste in kamer 2805 belt roomservice en bestelt een bord braadworst met aardappelsla.
20.23 uur Het hotelpersoneel klopt op de deur. Het bed ziet er onbeslapen uit.

Zaterdag 3 juni 1995

19.36 uur De receptie stuurt een boodschap naar het tv-toestel in kamer 2805. Fergate moet haar rekening betalen. Iemand in de kamer leest de boodschap.
19.50 uur Als bewakingsagent Espen Naess op de deur van kamer 2805 klopt, hoort hij een schot. Pas na 15 minuten komt het hoofd van de veiligheidsdienst poolshoogte nemen.
20.50 uur De politie arriveert in kamer 2805.
05.00 uur De politie verlaat het hotel. Een speurder oordeelt dat het “99,9 procent zeker” om zelfmoord gaat.

Contacteer ons

Weet u wie ‘Jennifer Fergate’ echt is?


Herkent u haar, of weet u wat er zich in hotelkamer 2805 heeft afgespeeld?